Ontwikkeling van het kind

Psychologische ontwikkeling van het kind

De psychologische ontwikkeling van het kind gaat meestal in vrij algemene stappen. Wanneer het kind in grote lijnen binnen dit toch behoorlijk ingekaderd patroon ontwikkelt noemen we dit dan ook binnen de ontwikkelingspsychologie “gezonde ontwikkeling”. Net door het in kaart brengen van deze gezonde ontwikkeling krijgt men steeds meer inzicht in stoornissen en achterstanden van kinderen die niet binnen dit patroon vallen.

Ontwikkeling

De term ontwikkeling kan best worden omschreven als een groeiproces waarbij vooruitgang wordt geboekt in een reeks progressieve veranderingen (stadia). Toegepast op de ontwikkeling van het kind kunnen daar de volgende differentiaties in worden gemaakt;

  • Fysieke ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling
  • Emotionele ontwikkeling
  • Sociale ontwikkeling

Bij het verklaren van de ontwikkeling van het kind wordt over het algemeen rekening gehouden met 3 referentiepunten;

  • De chronologische leeftijd
    Gedrag dat kan worden gekoppeld aan een bepaald levensjaar.

  • De biologische leeftijd
    Gedrag dat kan worden gekoppeld aan een bepaald stadium in fysieke ontwikkeling.

  • De sociale context
    Gedrag dat kan worden gekoppeld aan omgevingsfactoren die van invloed zijn op de ontwikkeling.

Ontwikkelingsfactoren

Over het algemeen word bij het verklaren van de ontwikkeling van het kind uit gegaan van een combinatie tussen nature en nurture, binnen de psychologie ook wel de interactiefactor genoemd. Daarnaast houd men ook rekening met de eigen invloed op de ontwikkeling, deze noemen we de ontwikkelingsfactor.

  • Nature – Verwijst naar eigenschappen, vermogens en capaciteiten die erfelijk (aangeboren) zijn.

    – Nativisme; wijst alle eigenschappen toe aan erfelijkheid en sluit daarbij externe invloeden en persoonlijke wil uit.
    Bekendste aanhanger; René Descartes (1596 – 1650)

  • Nurture – Verwijst naar de invloeden vanuit de omgeving die het gedrag en ontwikkeling bepalen.

    – Empirisme; kent wel een rol toe aan externe invloeden.
    Bekendste aanhangers; Jean-Jacques Rousseau (1632 – 1704) en John Locke (1712 – 1774)

Ontwikkelingskenmerken

  • Kritieke periode
    Dit is de periode in de ontwikkeling waarbij een bepaalde gebeurtenis onomkeerbare gevolgen heeft.

  • Gevoelige periode
    Dit is een periode waarin het onderwerp extra gevoelig is voor externe factoren die betrekking hebben op een bepaald aspect van de ontwikkeling.

  • Continue ontwikkeling
    Dit gaat om ontwikkeling die in geleidelijke stappen verloopt.

  • Discontinue ontwikkeling
    Dit gaat om ontwikkeling die in stadia of sprongen verloopt.

Ontwikkelingsgebieden

Fysieke ontwikkeling;

  • Lichamelijke ontwikkeling

    De fysieke groei van het kind speelt met name in de eerste vier levensjaren een belangrijke rol. Uit onderzoek is gebleken dat naast aanleg ook omgevingsfactoren een invloed hebben.

    De fysieke ontwikkeling van het kind kan ook van invloed zijn op de sociale ontwikkeling b.v. als het klein is voor zijn leeftijd of erg tenger.

  • Motorische ontwikkeling

    De motorische ontwikkeling kan met onderverdelen in grove en fijne motoriek. De eerste; balans en rondbewegen, laatste hand-oog coördinatie.

  • Sensorische ontwikkeling

    Voelen, Horen, Zien, Proeven, Ruiken; Deze worden over het algemeen ontwikkeld vanaf geboorte tot ongeveer 6 maanden.

Cognitieve ontwikkeling;

  • Intellectuele ontwikkeling

    Het opdoen van kennis, deze wordt weer opgedeeld in fases;

    0/2 jaar – sensomotorische fase

    Het besef van actie en gevolg.  Kennismaking met eigen lichaam en functionaliteit en het besef dat objecten en mensen blijven bestaan ook wanneer het kind deze even niet kan zien.


    2/7 jaar – preoperatieve fase

    Opkomst van taalgebruik.  Erkenning en benoeming van objecten mensen en dieren.  Vergelijkend vermogen tussen soortgelijke objecten.  Echter puur optisch.  Dezelfde hoeveelheid vloeistof in een smallere container zal door de hoogte van de vloeistof in het vat de illusie opwekken meer te zijn.


    7/12 jaar – operatieve fase

    De opkomst van het logisch nadenken.  Het kan nu wel onderscheid maken tussen de container en de vloeistof er in.  Het kan inschatten dat beiden vaten ongeveer even veel vloeistof bevatten.  Ze kunnen in gedachten een voorstelling maken van een serie acties (planning).


    12+ – formeel operatieve fase

    De capaciteit verschuift van alleen logisch naar systematisch denken en redeneren.  Het kan nu een probleem analyseren en zelfstandig op zoek gaan naar een oplossing.  Zelfstandigheid en onafhankelijkheid zijn hier nieuw opkomende factoren.

  • Taalontwikkeling

Emotionele en sociale ontwikkeling;

Houdt gelijke tred met de intellectuele ontwikkeling.  Het genoemde besef dat papa of mama niet voor goed verdwenen zijn wanneer het ze niet kan zien zorgt voor een afname in scheidingsangst.

Deze ontwikkeling gaat om gaat om het vormen van het zelf en de omgang met anderen.

  • Morele ontwikkeling

    Hier leert het kind het onderscheid tussen goed en verkeerd. Deze ontwikkeling is afhankelijk van de interactie tussen opvoeder en kind waardoor het diens opvattingen over goed en slecht overneemt (internalisatie).

    Lawrende Kohlberg (1927 – 1987) onderscheid de morele ontwikkeling in 3 stadia;

    Het preconventionele stadium
    Kinderen koppelen goed en kwaad aan straf en beloning.

    Het conventionele stadium
    Kinderen zien de intrinsieke waarde achter de gestelde normen.

    Het postconventionele stadium
    Het kind ontwikkelt eigen morele principes, onafhankelijk van opvoeders en leeftijdsgenoten.

Aanvullend : Sociale ontwikkeling van het kind – Morele ontwikkeling
Aanvullend : Het ontstaan van de narcistische persoonlijkheidsstoornis

Vond U dit artikel nuttig? Help ons door ons een positieve waardering te geven.
[Total: 2 Average: 5]
Vond je dit artikel nuttig? Delen is makkelijk met deze social share buttons.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *